Joseph Jütten in de gevangenis na de processie uit Haaren

Het processieverbod geldt van 1848 tot de grondwetsherziening in 1983 als een verbod in Nederland op het houden van katholieke processies.1Wikipedia. Op meer plaatsen is over dit onderwerp iets te vinden. Interessant is bijvoorbeeld Margry, P. J., & van de Velde, H. (2002). Die Prozessionsfrage in Limburg. Der Kampf um Religion und
Öffentlichkeit in den Niederlanden. Comparativ, 12(5/6), 81-96; te lezen via het KNAW Research Portal.
Vooral in de jaren zeventig van de 19e eeuw zorgt het verbod voor onrust. Ondanks het verbod vinden er toch geregeld processies plaats. Naar aanleiding van het succes van een reliekenprocessie in Maastricht in 1873, wordt in 1874 de traditie van de zevenjaarlijkse heiligdomsvaart hersteld door deken Rutten. De relieken worden twee weken in de kerk tentoongesteld, maar een afsluitende processie trekt over het Vrijthof. Ditmaal wordt er proces-verbaal opgemaakt tegen deken Rutten, waarbij de zaak tot bij de Hoge Raad komt en de deken telkens verliest. Hierna treden de autoriteiten vaker op door processen-verbaal op te maken en processies te blokkeren.

Een dieptepunt vindt plaats op zondag 15 september 1878, wanneer het tot een gewelddadige confrontatie komt tussen de deelnemers van een processie uit het Duitse Haaren en de Nederlandse marechaussee. Er volgt een rechtszaak en de gevolgen voor verscheidene betrokkenen zijn groot. De getuigenissen over deze gebeurtenis lopen sterk uiteen. De berichten in de kranten zijn gekleurd en de aanklager richt zich alleen op één kant van het verhaal.

Het Nieuwsblad van Roermond van woensdag 18 september 18782Gemeentearchief Roermond, Nieuwsblad van Roermond, 1878-09-18; 1 meldt:

Verleden Zondag-morgen kwam, zooals sedert tal van jaren gebruikelijk, de processie van bedevaartgangers uit St.-Jans Kluis3De kapel Sankt Jans Klus in Haaren, Waldfeucht. en omliggende gehuchten, behoorende meest allen tot de Pruisische gemeente Haaren, ten getale van ongeveer 800 personen, naar de kapel van O.L .Vr. in ‘ t Zand onder deze stad. Troepsgewijze en niet als processie de kapel binnenkomende, werd er door den Commissaris van politie van Roermond, ter plaatse aanwezig, geen procesverbaal opgemaakt. Op dezelfde wijze zooals binnengekomen, vertrokken de bedevaartgangers ’s namiddags omstreeks twee uren uit de kapel aan ’t Zand, maar stelden zich in orde van processie en ontrolden de vanen, toen zij gekomen waren op het grondgebied der gemeente Melick, op de hoogte van Schöndelen. Alstoen vervoegden zich drie marechaussees, die in dienst waren, bij den eerw. heer pastoor der gemeente Haaren, die de processie leidde, deden hiertegen verbod en vroegen de namen van Z.Eerw. om proces-verbaal op te maken.

Meerdere der bedevaartgangers, waarschijnlijk hierdoor in opgewondenheid rakende, wierpen hierop met kiezelsteenen naar de marechaussees, die zich genoodzaakt zagen hunne sabels te trekken om zich te verdedigen. Een hunner werd door een steen aan het hoofd gewond, een ander werd naar men zegt, de schouderpassant van den rok doorgesneden, en van meerdere zijden werden stokslagen uitgedeeld. Voor de overmacht bezwijkende, keerden de marechaussees in aller ijl naar Roermond terug om aldaar de noodige hulp te vragen.

Onmiddellijk zag men dan ook zes manschappen te paard, aangevoerd door den luitenant der Marechaussee in volle ren de processie achtervolgen en gelukte het hun een half uur achter Posterholt, dicht nabij de Pruisische grenzen nog een gedeelte van dezelve in te halen en hiervan 10 personen, waaronder de schoolmeester tevens koster en vier jongelingen van 14 tot 16 jaren, welke op eene kar gezeten waren, aan te houden.

In hoeverre deze tot de schuldigen behooren, zal uit het rechterlijk onderzoek moeten blijken. Deze tien personen geboeid en gebonden, geëscorteerd door zes marechaussees te paard, met getrokken sabels en gevolgd door den luitenant-kommandant werden omstreeks half acht uren ’s avonds naar het huis van arrest te Roermond overgebracht.

Van het voorgevallene werd onmiddellijk proces-verbaal opgemaakt en is de zaak bij de justitie in onderzoek.

In het zuiden van Nederland en in het Duitse grensgebied besteden veel kranten aandacht aan het voorval.4Nederlandse kranten via Delpher;  Duitse via zeitpunkt NRW (zoeken via “Haaren” “Roermond”) geeft meerdere resulaten o.a. Echo der Gegenwart, 20-9-1878. De teneur is vooral de kwaadaardige marechaussee die onschuldige mensen heeft aangevallen. De redactie van het Algemeen Handelsblad hekelt op 1 oktober 1878 in een artikel5Algemeen Handelsblad, 1 oktober 1878 via Delpher. de opstelling van de kranten: ‘Opmerkelijk is de ijver, waarmede de hier verschijnende clericale blaadjes de ware toedracht van het gebeurde trachten te verbloemen.’ Volgens het Algemeen Handelsblad is het volgende verhaal volkonen naar waarheid:

De geleider der processie, de pastoor van Haaren (in Pruisen), was bij zijne aankomst aan de kapel, even buiten Roermond, door den commissaris van politie gewaarschuwd. Deze zeide hem, dat hij moest vertrekken op dezelfde wijze als men gekomen was, namelijk zonder vertoon van optocht, vaandels of verdere teekenen, en dat anders proces-verbaal zou moeten worden opgemaakt.

Omstreeks half twee ging de commissaris naar huis en verzocht dat het verder toezicht door de maréchausées zou worden waargenomen. Dezen zien, ongeveer te drie uur, de processie in volle plechtigheid optrekken. Zij vervoegen zich tot den pastoor, en op bescheiden toon vragen zij zijn naam enz. ten einde proces-verbaal te kunnen stellen. De pastoor weigert, roept ‘er uit’ en slaat daarbij den maréchauchée Wehrens de handschoenen weg. Onmiddellijk daarop worden de drie manschappen met stokken en parapluies aangevallen.

Er ontstaat een hevig geschreeuw, gepaard met allerlei bedreigingen. Toen nu de maréchauseés zich genoodzaakt zagen, tot zelfverdediging tegen eene overmacht van 600 personen, van hunne sabels gebruik te maken, werden zij door de menigte omsingeld en door 200 of 300 mannen met steenen hevig bestormd. De mar. Loeker kreeg drie wonden aan bet hoofd en aan Wehrens werd met een mes de passant der nestel doorgesneden. Het gevecht zal omstreeks tien minuten geduurd hebben; waarop de mar. Wagt en Wehrens zich in allerijl naar de stad spoedden om aan hun luit. Alard het geval mede te deelen, terwijl Loeker in een nabijgelegen woning werd verpleegd. De genoemde luitenant zet zich onmiddellijk met zes man, waaronder de twee boodschappers, te paard, om de oorlogzuchtige bedevaartgangers te achterhalen.

Onderweg vinden zij den mar. Loeker, die zijne wonden had afgewasschen. De bevelvoerder Iaat hem in de plaats van een der manschappen opstijgen, omdat zijn hulp tot het aaanwijzen en herkennen der hoofdaders gevorderd werd.  In een half uur werd een afstand van 2½ uur afgelegd en het gelukte om de processiegangers een eind wegs vóór de grenzen in te halen. Dezen gingen met een vervaarlijk geschreeuw op den loop.

Nu werd een charge met de sabel uitgevoerd en daardoor een 300tal personen tot staan gebracht. Om de hoofddaders in handen te krijgen, moest met veel kracht en met veel beleid tevens worden te werk gegaan. De luit. Alard liet de menigte door bedreiging met de geladen revolvers in bedwang houden, terwijl de aanwijzing der schuldigen door de drie bovengenoemde manschappsn werd gedaan. Toen men een tiental had herkend en uit den troep gehaald, werden de overigen naar de grenzen gedreven. Daarop werden de tien gevangenen gebonden, doch vooraf liet de commandant nog eenmaal uitdrukkelijk de verklaring van herkenning door de drie maréchaussées afleggen, opdat geene onschuldigen zouden worden medegevoerd. Omstreeks halfacht in den avond kwam men te Roermond binnen.

Er komt een proces. Begin november verwijst het gerecht te Roermond de  zaak door naar het gerechtshof in De Bosch.6Westfälisches Volksblatt, 11-11-1878. De eerste zitting is op 19 december. Tien personen worden aangeklaagd:

Dat zij worden beschuldigd: van den 15 September 1878, des namiddags om ruim 3 ure op den openbare weg onder Melick-Herkenbosch, met nog eenige honderden, meest Duitschers, deeluitmakende van een godsdienstigen optogt, waarvan een pastoor uit Haaren (Pruissen) in kerkelijk gewaad geleider was, terwijl met hen wel meer dan 20 personen, van stokken en steenen voorzien waren, te zamen en in vereeniging, zich feitelijk te hebben verzet tegen de maréchaussées der brigade Roermond genaamd Martinus Locker, Wilhelmus Dominicus Wehrens en Klaas Wagt, dan met geweld op die beamten aan te vallen en hen met steenen werpende, met stokken slaande en schreeuwende o.a. “maakt ze kapot”, “houwt erop”, alzoo met haar opzet, te treffen en te mishandelen, met dat gevolg, dat o.a. de 1e Locker op 3 plaatsen aan ’t hoofd, de 2e Wehrens aan hals en linkerhant verwond en gekwetst zijn geworden, de schouderpassanten van laatstgenoemde doorsneden zijn, en de een zowel als de ander, daardoor verhinderd is geweest aan het hem opgedragen bevel te voldoen en zijn werk behoorlijk te verrichten; dit alles ogenblikkelijk nadat genoemde maréchaussées, aldaat ten surveilleren aanwezig, op last hunner superieuren, den bedoelde gelieder naar diens naam en (volgens voorschrift) en naar nog een paar andere omstandighedenn hadden gevraagd, en de laatste, het gevraagde weigerende te beantwoorden, onder meer, daarop geroepen had: ‘zurück’ en den maréchaussée Wehrens den handschoen uit de hand had geslagen.

Op 28 december 1878, na drie zittingsdagen, worden negen beklaagden, met onderscheid in hun aandeel, schuldig bevonden door de Raadkamer van het Gerechtshof in ‘s-Hertogenbosch.7Gerechtshof in ‘s-Hertogenbosch, Arresten 1878, 2e halfjaar, afbeeldingen 585-615. De tiende aangeklaagde is voortvluchtig.8In het Venloosch weekblad van 28-12-1878 wordt hij J.M.H.S., landbouwer te Posterholt genoemd. Dit is Joannes Matthias Hubertus Smeets, 26 jaar oud.
Peter Jacob Schruff, 15 jaren, kleermakersleerling en Johannes Georg Dohmen, 15 jaren, schoenmakersleerling, krijgen een celstraf van één maand; Edmund Alois Laumen, 16 jaar, landbouwer en Josef Daniel Joerissen, 16 jaren, landbouwer, een celstraf van drie maanden; Heinrich Wilhelm Wolterij, 24 jaren, landbouwer, geboren en wonende te Haaren (Pruissen), een celstraf van 6 maanden en een celstraf van één jaar krijgen Wilhelm Rongen, 50 jaren, wever, geboren te Harzelt, wonend te Braunsrath (Pruissen); Godfried Joecken, 45 jaren, onderwijzer en koster, geboren te Merken (Kreitz Düren), wonende te Haaren (Pruissen); Leonard Joseph Jütten, 26 jaren, voerman, geboren en wonende te Kirchhoven (Pruissen); en Lambert Rongen, 21 jaren, dagloner, geboren en wonende te Braunsrath (Pruissen). Verder worden veroordeeld tot het betalen van alle kosten.

De reacties van katholieke zijde zijn fel. In het Venloosch weekblad van 18 januari 1879 staat onderstaand commentaar.

De veroordeelden gaan niet in hoger beroep, maar vragen gratie aan bij koning Willem III.9Venloosch weekblad, 4 januari 1879, Het is onduidelijk of dit verzoek zelf veel effect heeft gehad, maar politieke druk en kritiek vanuit Pruisen hebben zeker bijgedragen aan het feit dat de vier zwaarst gestrafte personen eerder worden vrijgelaten. Bij Koninklijk Besluit van 4 augustus 1879 wordt bepaald dat zij op 15 september van dat jaar in vrijheid worden gesteld.. Dit besluit wordt toegevoegd aan het eerdere arrest.10Gerechtshof in ‘s-Hertogenbosch, Arresten 1878, 2e halfjaar, afbeelding 615. Bij de opgelegde straf is dus geen rekening gehouden met het voorarrest.11Zes weken na het voorval zitten nog steeds 9 personen gevangen (Gladbacher Volkszeitung, 5-11-1878). Begin december worden ze overgebracht van het cellencomplex in Roermond naar de gevangenis in Den Bosch (idem, 21-12-1878).(

Wat is de rol van Leonard Joseph Jütten? Volgens de getuigenis van de drie marechaussees heeft Joseph Jütten eerst met stokken geslagen. Daarna is hij naar een grote hoop kiezels gelopen en heeft vanaf daar met stenen op hen gegooid. Hierbij heeft hij Wehrens aan de linkerhand geraakt, waardoor deze bloedt.

Leonard Joseph Jütten, met de roepnaam Joseph,  is het jongste kind en zoon van Mathias Josephus Jütten en Anna Maria Schmitz uit Haaserdriesch in de gemeente Kirchhoven. Hij wordt geboren op 7 januari 1852. Hij verdient de kost als voerman en vervoert dan ook met zijn kar vrouwen en kinderen bij de processie.

Nadat hij is gearresteerd, wordt hij samen met de anderen opgesloten in een cellencomplex in Roermond. Hier blijft hij in voorarrest totdat hij op 5 december wordt overgebracht en opgesloten in het Huis der Justitie in ’s-Hertogenbosch.12BHIC, Gevangenissen in ‘s-Hertogenbosch, Inschrijvingsregister gedetineerden, 1862-1883, afbeelding 109. Opmerkelijk is dat de andere drie, die later ook een jaar celstraf krijgen, tegelijk met hem worden overgebracht. De overige betrokkenen volgen een dag later.

Leonard Joseph staat ingeschreven onder de naam Jutten op nummer 508 van het inschrijvingsregister. Hij is 26 jaar, ongehuwd, spreekt gewoonlijk Hoogduits (hoewel het aannemelijker is dat hij dialect spreekt), is van beroep voerman, rooms-katholiek, en heeft een lengte van 1,72 meter. Hij heeft een vol gezicht, een gezonde huid, een hoog voorhoofd, een gewone neus en mond, een ronde kin, blauwe ogen, bruine wenkbrauwen en haar, een bruine baard, en geen opvallende kenmerken. Hij tekent als J Jütten.
De misdaad waarvan hij wordt beschuldigd, is ‘feitelijken en gewelddadigen wederstand door meer dan twinrig gewapende personen tegen (twee zegge) agenten der gewapende macht handelende ter uitvoering der bevelen van het openbaar gezag’. Hiervoor wordt hij dus op 28 december 1878, ingaande die datum, veroordeeld tot één jaar eenzame opsluiting.

Op 12 maart 1879 wordt hij samen met koster Joecken, op bevel van de procureur-generaal bij het gerechtshof in Den Bosch, op transport gezet naar het Huis van Arrest te Roermond. De reden is onbekend. In ieder geval volgt op 14 maart weer een inschrijving in de strafgevangenis te ‘s-Hertogenbosch, nu onder nummer 993.13BHIC, Gevangenissen in ‘s-Hertogenbosch, Inschrijvingsregister gevangenen, 1878-1879, afbeelding 69. Zijn signalement wordt opnieuw genoteerd. Hij heeft nu geen gewone, maar een grote neus. Zijn handtekening L J Jütten vertoont verschillen met de vorige keer.

 

Op 15 september 1879 wordt Joseph vervroegd uit de gevangenis ontslagen. Hij is een vrij, maar vermoedelijk gebroken man.