Arnoldus Jutte in de moddersloot gegooid

Op vrijdag 13 april 1787 komt de vergadering van schepenen van Monster bijeen. Arnoldus Jutte, 43 jaar en woonachtig in Loosduinen, verklaart dat hij die zondag na het verlaten van de rooms-katholieke kerk op weg naar huis werd gevolgd door Willem Bosman, een arbeider uit hetzelfde dorp. Bosman confronteert Jutte met heftige verwensingen en wil weten van wie hij heeft gehoord dat een collega meer konijnen voor zichzelf zou houden in plaats van deze aan hun gezamenlijke meester, de heer Hubert, te geven. Arnoldus Jutte weigert daarop antwoord te geven. Bosman wordt daarop boos, slaat Jutte op het hoofd en gooit hem in een moddersloot. Later die dag blijkt het om een misverstand te gaan.

Catharina van Dijk, de vrouw van Jutte, bezoekt later Willem Bosman om het misverstand te bespreken, maar wordt door Bosman op grove wijze uitgescholden en bedreigd met geweld. Beide getuigen verklaren bereid te zijn hun verklaring indien nodig onder ede te bevestigen.

De schepenen besluiten Willem Bosman ter rechtzitting op te roepen. Op 27 april verschijnt Bosman en betuigt spijt over zijn gedrag ten opzichte van Jutte. Er wordt besloten hem voor deze keer te vergeven, op voorwaarde dat hij excuus aanbiedt aan Jutte en hun ruzie bijlegt. De afloop wordt onder toezicht van de schepenen afgerond.

De samenvatting van deze attestatie1Historisch Archief Westland, Rechterlijk archief Monster, Attestaties 1670-1793. Familysearch, afbeeldingen 35-36. Zie ook de transcriptie. is gemaakt met behulp van perplexity.ai.