De spelling van de naam Jutten of Jetten verliep vóór de invoering van de burgerlijke stand – en zelfs nog daarna – voornamelijk op gehoor. De uitspraak werd vaak door lokale factoren bepaald. De klank van de klinkers u en e week in die tijd in Susteren en omgeving waarschijnlijk af van die in woorden als ‘het’ en ‘hut’, en leek eerder op de uitspraak van ’t of ö.
Vaak werd de naam volgens lokale gewoonte gespeld, maar pastoors en ambtenaren van buiten de regio interpreteerden de voor hen onbekende tongval soms op eigen wijze. In Susteren gold oorspronkelijk de spelling Jutten, maar vanaf het begin van de 18e eeuw duikt Jetten vaker op en verdringt uiteindelijk de oudere vorm. In Maaseik komt ook de variant Jeutten voor.
Wanneer Peter Jetten in 1782 trouwt met Catrina Meulenbergh uit Süsterseel en er enige jaren woont, worden hij en zijn nakomelingen tijdelijk weer ingeschreven met Jutten. Bij zijn verhuizing naar Broeksittard wordt deze spelling daar kort gehanteerd, om vervolgens definitief over te gaan in Jetten. Rond 1800 duikt in Sittard nog even Jötten op, maar die vorm sterft snel uit.
