Susteren

De kaart hieronder geeft een globale geografische verspreiding van de naamdragers geboren vóór 1925. Klikken op de kaart geeft een vergroting.


Susteren: Nakomelingen van Henricus Jutten en Elisabetha Backhuys, Susteren vanaf 1635. Dit is mijn stam. Klik hier


Oorsprong
Het oudste doopregister van de rooms-katholieke parochie Sint Amelberga in het Limburgse Susteren is uit 1633. In dit register staat op 15 april 1635 de doopinschrijving van Henricus zoon van Henricus Jutten en zijn echtgenote Elisabetha Backhuys. Tot 1657, het huwelijk van Henricus junior, wordt geen Jutten of Jetten meer vermeld in de parochieregisters. Lees verder …

Schrijfwijze naam
De schrijfwijze van de naam Jutten of Jetten gebeurde voor de invoering van de burgerlijke stand en ook nog daarna vooral op gehoor. De uitspraak is vaak lokaal bepaald. De klank van de klinkers u en de e zal in die tijd in Susteren en omgeving vermoedelijk niet gelijk zijn aan die in de woorden ‘het’ en ‘hut’, maar eerder lijken op de uitspraak in ’t of ö. Lees verder …

Wapen (geregistreerd voor mijn opa en zijn naamdragende nakomelingen)
Wapen: in zwart een aanziende gouden leeuw met de staart naar rechts gekruld, houdend in zijn opgeheven rechterklauw een gouden mijnwerkerslamp, het glaswerk en binnenwerk van natuurlijke kleur, een zilveren houweel, rood gesteeld, en een gouden zoom. Helm: aanziend. Wrong: zwart en goud. Helmteken: een gouden dubbelslangenkopkruis. Dekkleden: zwart, gevoerd van goud. Lees verder …

Schutterij
Het archief van schutterij Sint Sebastianus te Susteren is in 2015 overgebracht naar het archief van de gemeente Sittard-Geleen. Daar is het nu te raadplegen via De Domijnen. Het oudste stuk in dit archief dateert van 1637. Dat de schutterij zeer veel ouder is mag men echter wel aannemen. Lees verder …

Herkomst van de naam Jetten in Rotterdam
Het overgrote deel van de naamdragers Jetten in Rotterdam en omgeving stamt af van Jean Henri Jetten of Joannes Henricus, zoals hij in 1815 in het doopregister van Susteren is ingeschreven. Evenals de vele plaats- en streekgenoten die hem in de voorgaande eeuw zijn voorgegaan, beproeft hij zijn geluk in Rotterdam. Hendrik begint, net als de meeste anderen die de overstap van het agrarische platteland naar één van de de groeiende Hollandse steden hebben gemaakt, in het laagdrempelige beroep van blekersknecht. Lees verder …